In de omgeving van veehouderijen komen ziekten voor zoals longkanker en darmkanker. De GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst heeft vragen ontvangen van omwonenden over de relatie tussen veehouderij en kanker. Experts van het Kennisplatform hebben antwoorden gegeven op deze vragen. Het Kennisplatform concludeert dat het niet mogelijk is stellige conclusies te trekken over een verband van kanker met fijnstof uit de veehouderij. Om conclusies te kunnen trekken over nitraatinname via drinkwater en het ontstaan van dikke darmkanker is meer onderzoek nodig. 

Daar is geen bewijs voor. In het laatste VGOOnderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden -RAPPORT (IJzermans, 2018) is gekeken naar het voorkomen van longkanker in de huisartspraktijk. Er werd geen significante associatie gevonden. Uitgebreide beschouwing van beschikbare literatuur heeft wel aangetoond dat luchtverontreiniging kankerverwekkend is (IARC, 2015). Het zorgt voor beschadigingen op DNA-niveau die aanleiding kunnen geven tot het ontwikkelen van kanker. De ontwikkeling van kanker kan daarnaast gestimuleerd worden door oxidatieve stress en chronische ontsteking. Dit gaat echter over het effect van de totale hoeveelheid luchtverontreiniging, zonder dat de relatieve bijdrage van de veehouderij daarin gekwantificeerd is en zonder specifiek te kijken naar het effect bij omwonenden van veehouderijen.

Hier zijn geen aanwijzingen voor. In eerder onderzoek is juist een beschermend effect voor (long)kanker aangetoond door een hogere blootstelling aan endotoxinen (Astrakianakis et al., 2007; Checkoway et al., 2011; Lundin and Checkoway, 2010; McElvenny et al., 2011). Het onderliggende mechanisme voor dit beschermende effect is nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat blootstelling van werknemers aan endotoxinen tot diverse luchtwegklachten kan leiden. Voor meer informatie over effecten van endotoxinen voor werknemers, wordt verwezen naar https://www.beroepsziekten.nl/sites/default/files/factsheets/Ziek-door-endotomines.pdf

Ja, maar een directe relatie tussen het voorkomen van longkanker en intensieve veehouderij is niet aangetoond. De relatie fijnstof (algemeen) en longkankerincidentie of -sterfte is veelvuldig in de wetenschappelijke literatuur beschreven (Raashou-Nielsen et al., 2013).

De International Agency for Research on Cancer (World Health Organization (Wereldgezondheidsorganisatie)) heeft drie jaar geleden geconcludeerd dat er voldoende wetenschappelijk bewijs is om luchtverontreiniging en als onderdeel daarvan fijnstof als carcinogeen (groep 1) te beoordelen en als veroorzakers van longkanker (Loomis et al., 2013). Epidemiologische studies naar deze relatie zijn vooral gebaseerd op verkeersstudies, waarbij sprake is van verbrandingsaerosol. Ook in Nederland zijn er studies verricht die een relatie tussen de niveaus van fijnstof op het woonadres en het ontstaan van, of het overlijden aan longkanker laten zien (Hoek et al., 2002; Beelen et al., 2008; Fischer et al., 2015). Op basis van de landelijke trend, komt er in Brabant meer longkanker voor dan in andere gebieden in Nederland. Per gemeente zijn er grote verschillen. De bestaande onderzoeken en gegevens laten zien dat roken hieraan de belangrijkste bijdrage levert (circa 85%). GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Bureau GMVvan GGD bureau GMV vindt in een verkennend onderzoek geen aanwijzingen voor meer longkanker in gebieden met veel veehouderij. Ook een rapport van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  (Janssen et al., 2016) laat zien dat de longkankersterfte in het oosten van Brabant lager is dan in het westen van Brabant, terwijl juist in het oosten van Brabant veel veehouderijen zijn.

Voor mensen en dieren zijn voedsel en drinkwater de belangrijkste bronnen van nitraatinname. Nitraat en nitriet in voedsel en drinkwater kunnen in het maagdarmkanaal in aanwezigheid van eiwitten omgezet worden in nitrosamines (endogene nitrosaminevorming). Een aantal van deze nitrosamines, vooral de vluchtige nitrosoamines NMDA en NDEA, hebben kankerverwekkende eigenschappen. Voor de aanwezigheid van nitraat in drinkwater geldt een gezondheidskundige norm van 50 mg/l. Het Nederlandse drinkwater voldoet hier ruimschoots aan.

De European Food Safety Authority (EFSADe European Food Safety Authority (EFSA) is een bureau (agentschap) van de Europese Unie die onafhankelijke wetenschappelijke adviezen geeft over voedselveiligheid.  ) heeft recentelijk een opinie uitgebracht waarin werd ingegaan op de relatie tussen nitraatinname en het ontstaan van kanker bij de mens. EFSA heeft daarvoor alle beschikbare studies op het gebied van nitraatinname (via voedsel en/of drinkwater) en kanker bestudeerd en concludeerde dat er voor diverse typen kanker geen verband is tussen nitraatinname en het ontstaan van kanker. Voor een aantal typen kanker concludeerde EFSA dat er onvoldoende bewijs was vanwege een beperkt aantal studies en/of tegenstrijdige resultaten. Dit was het geval voor nitraatinname via drinkwater en het ontstaan van dikke darmkanker. EFSA heeft aanbevelingen gedaan voor aanvullend onderzoek. Zo vindt EFSA dat er meer onderzoek nodig is om betere interne omzettingsfactoren van nitraat naar nitriet en visa versa te verkrijgen. Ook vindt EFSA aanvullende studies in de mens noodzakelijk om een beter beeld te krijgen van mogelijke (niet-kanker gerelateerde) effecten op de schildklier.

Na het verschijnen van de EFSA opinie is er nog een Deense studie verschenen, waarin een significant verhoogd risico op het voorkomen van dikke darm- en endeldarmkanker werd gevonden vanaf 3,87 mg/L nitraat in drinkwater [Schullehner et al. ,2018]. Deze auteurs hebben echter de berekeningen niet gecorrigeerd voor bijvoorbeeld leefstijlfactoren (bewegen, roken, etc.) en factoren in voedsel die effect kunnen hebben op de uitkomst, zoals beschermende factoren (bijvoorbeeld inname van vitamine C) of factoren met een negatief effect (bijvoorbeeld inname van verwerkt vlees). In 2018 is een review verschenen [Ward et al., 2018] over de relatie tussen nitraat in drinkwater en negatieve effecten in de mens. Deze auteurs concludeerden net als EFSA dat er op dit moment te weinig goed-ontworpen studies zijn om een gefundeerde uitspraak te kunnen doen over gezondheidsrisico’s van nitraat in drinkwater.

Literatuur

RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-dossier ‘Fijn stof’, hoofdstuk 1, ‘Stof: hoe en wat’. Versie 1. RIVM, Bilthoven, januari 2013.

RIVM Rapport 2015-0135. Veehouderij en gezondheid Update van kennis over werknemers en omwonenden.

Kamerbrief ‘Reactie op advies Gezondheidsraad 'Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies’, 3 augustus 2018.

Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies. Gezondheidsraad, 14 februari 2018.

Gezondheidswinst door schonere lucht. Gezondheidsraad, commissie Luchtkwaliteit, 23 januari 2018.

Effecten van het landelijk mestbeleid op de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden RIVM Rapport 2016-0199.

EFSADe European Food Safety Authority (EFSA) is een bureau (agentschap) van de Europese Unie die onafhankelijke wetenschappelijke adviezen geeft over voedselveiligheid.  2017a. Scientific Opinion on the re‐evaluation of sodium nitrate (E 251) and potassium nitrate (E 252) as food additives. EFSA Journal 2017;15(6):4787, 123 pp. 

EFSA 2017b. Scientific Opinion on the re‐evaluation of potassium nitrite (E 249) and sodium nitrite (E 250) as food additives. EFSA Journal 2017;15(6):4786, 157 pp. 

Schullehner et al. ,2018 Nitrate in drinking water and colorectal cancer risk: A nationwide population-based cohort study. International Journal of Cancer 143:73. . 

Ward et al., 2018. Drinking water nitrate and human health: An updated review. International Journal of Environmental Research and Public Health

KWR 2016. De gevolgen van mestgebruik voor drinkwaterwinning. KWR rapport 2016.023

CLO 2016. Nitraat in het uitspoelend water onder landbouwbedrijven, 1992-2015. 

Removal of particulate matter (PM10) by air scrubbers at livestock facilities: results of an on-farm monitoring program. R. W. Melse, P. Hofschreuder, N. W. M. Ogink. Transactions of the ASABE. Vol. 55(2): 689-698 

IARC. Outdoor air pollution, IARC Monographs on the evaluation of carcinogenic risks to humans. december 2015, volume 109.