In Nederland maken mensen zich steeds vaker zorgen over infectieziekten die afkomstig kunnen zijn van dieren uit de veehouderij. Mensen en dieren leven in ons land relatief dichtbij elkaar en het aantal bedrijfsmatig gehouden dieren is groot. 

Ziekteverwekkers kunnen zich gewoonlijk makkelijker handhaven in grote groepen dieren, maar door goede managementmaatregelen op het veehouderijbedrijf wordt dit risico teruggedrongen. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn: goede hygiëne, het scheiden van leeftijdsgroepen van dieren of een bedrijfsvoering waarbij geen dieren hoeven te worden aangekocht (gesloten bedrijf). 

Naast besmetting via voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, kan de besmetting van mensen door landbouwhuisdieren optreden via direct contact, via vectoren (zoals teken of insecten) of via de lucht. Op veehouderijen zonder zorg- of publieksfunctie komen doorgaans relatief weinig bezoekers en hebben vooral werknemers contact met de dieren. Omwonenden van veehouderijen kunnen ook besmet raken over grotere afstand via de lucht, maar dat is voor slechts een klein aantal zoönosen waargenomen.

Het Kennisbericht Zoönosen van het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid geeft een goed overzicht van de bestaande kennis over dit onderwerp. Het kennisbericht is primair opgesteld voor professionals, die betrokken zijn bij beleids- en besluitvorming en uitvoering op dit terrein.

Direct naar

Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden